Werk je als zzp'er al jaren voor dezelfde opdrachtgever, misschien zelfs fulltime? Dan loop je dit jaar meer risico dan je denkt. De Belastingdienst controleert sinds vorig jaar weer actief op schijnzelfstandigheid, en in 2026 komt daar een extra instrument bij: de vergrijpboete. Voor zowel jou als je opdrachtgever kan dat oplopen tot duizenden euro's.
Wat schijnzelfstandigheid precies inhoudt
Schijnzelfstandigheid betekent dat je op papier zzp'er bent, maar in de praktijk werkt als werknemer. Denk aan vaste werktijden, een vaste werkplek, een leidinggevende die je aanstuurt en geen andere opdrachtgevers ernaast. De Belastingdienst kijkt niet naar wat er in je contract staat, maar naar hoe de samenwerking er in het echt uitziet. Een mooi opgesteld contract verandert daar niets aan.
Sinds het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad in 2023 hanteert de Belastingdienst een strenger toetsingskader. Werk je voor maar één opdrachtgever, dan is dat een van de sterkste signalen dat er sprake is van een verkapt dienstverband. Er bestaat geen harde wettelijke grens, maar in de praktijk wordt vaak gekeken of je meer dan 70 procent van je omzet bij één partij haalt.
Waarom de Belastingdienst nu ineens weer optreedt
Jarenlang gold een handhavingsmoratorium: de fiscus greep alleen in bij evidente kwaadwillendheid. Dat moratorium is per 1 januari 2025 definitief opgeheven. Sinds die datum controleert de Belastingdienst weer actief, via een landelijke detectiemodule die signalen over mogelijke schijnzelfstandigheid selecteert voor handmatige beoordeling.
2026 geldt daarbij nog als overgangsjaar. De Belastingdienst start doorgaans met een bedrijfsbezoek, een gesprek ter waarschuwing zonder directe boete. Pas bij een boekenonderzoek kan een echte naheffing volgen. Vanaf 1 januari 2026 kan de fiscus daarnaast ook een vergrijpboete opleggen, oplopend van 10 tot 100 procent van de naheffing, maar alleen bij aantoonbare opzet of grove schuld. Verzuimboetes blijven na politieke druk uit Den Haag nog even uitgesteld, naar verwachting tot 2027.
Eén opdrachtgever? Dan ben je een risicogeval
Werk je fulltime voor één klant, factureer je maandelijks een vast bedrag en meld je je ziek bij je opdrachtgever in plaats van bij jezelf? Dan scoor je op vrijwel elk criterium dat de Belastingdienst gebruikt. Dat wil niet zeggen dat je meteen een boete krijgt, maar het risico op een boekenonderzoek is reëel. Twijfel je of jouw situatie standhoudt, kijk dan ook naar je administratie: hoe je facturen opstelt en welke kosten je aftrekt, speelt mee bij zo'n onderzoek. Onze uitleg over zakelijk geld lenen als ondernemer gaat dieper in op wat de fiscus verwacht van een gezonde onderneming.
Ook voor platformwerkers is dit relevant. Wie via een platform als Uber of Temper klust, valt onder een net iets andere beoordeling, maar het uitgangspunt blijft hetzelfde: feitelijke aansturing telt zwaarder dan de titel op je factuur. Lees ook ons artikel over de nieuwe regels voor platformwerk als je naast je zzp-werk ook via een app klust.
Waarom een contractclausule je niet beschermt
Steeds meer opdrachtgevers nemen een clausule op die het financiële risico bij jou als zzp'er neerlegt, mocht de Belastingdienst achteraf oordelen dat er sprake was van een dienstverband. Dat klinkt logisch vanuit de opdrachtgever geredeneerd, maar juridisch is zo'n afspraak wankel. Een contract neemt het onderliggende kwalificatierisico niet weg: rechters toetsen dit soort verhaalclausules op redelijkheid en goede trouw, en niet elke clausule houdt stand.
Voor jou als zzp'er is de praktische les: laat je niet geruststellen door een handtekening. Als de feitelijke werksituatie op een dienstverband lijkt, loopt zowel jij als je opdrachtgever risico, ongeacht wat er op papier staat.
Wat een naheffing je kan kosten
De bedragen lopen sneller op dan je zou denken. Bij herkwalificatie als dienstverband kan de Belastingdienst tot vijf jaar teruggaan (met een beperking tot januari 2025 als startpunt) en loonheffing plus werkgeverspremies alsnog in rekening brengen. Voor een zzp'er die 75 euro per uur rekent en fulltime werkt, kan dat oplopen tot bijna 90.000 euro aan naheffing per jaar, nog los van boetes. De boete voor schijnzelfstandigheid zelf ligt rond de 5.500 euro per arbeidsrelatie en kan bij grove schuld of herhaling oplopen tot ruim 22.000 euro.
De NOS bericht dat opdrachtgevers dit risico steeds vaker proberen af te wentelen op de zzp'er zelf, terwijl dat juridisch gezien lang niet altijd mag.1 Bovendien geldt: een modelovereenkomst biedt sinds september 2024 geen enkele garantie meer, want de Belastingdienst beoordeelt geen nieuwe modellen meer en bestaande gelden alleen als de praktijk exact aansluit bij de tekst.
Zo verklein je het risico als zzp'er
Zorg voor meerdere opdrachtgevers, ook al is dat soms minder makkelijk dan je zou willen. Factureer op basis van resultaat in plaats van gewerkte uren, regel je eigen werktijden en werkplek, en bepaal zelf hoe je een klus aanpakt. Bewaar bewijs van die zelfstandigheid: offertes waarin je zelf de aanpak voorstelt, communicatie waaruit blijkt dat je geen leidinggevende hebt, en facturen aan verschillende klanten. Twijfel je serieus over je situatie, laat een fiscalist dan meekijken vóórdat de Belastingdienst dat doet. Een uur advies is een stuk goedkoper dan een naheffing van tienduizenden euro's. En check ook je andere inkomsten: wie naast het zzp-schap nog een bijbaan heeft, doet er goed aan te weten hoe bijverdiensten naast je hoofdinkomen belast worden, want ook daar kijkt de fiscus scherper mee dan een paar jaar geleden.