Je hebt de AOW-leeftijd bereikt, de uitkering komt binnen, en toch wil je blijven bijklussen. Misschien omdat het leuk is, misschien omdat elke euro welkom is nu de boodschappen niet meegroeien met je pensioen. Het goede nieuws: in tegenstelling tot een bijstandsuitkering, waar een streng maximum geldt, mag je naast je AOW onbeperkt bijverdienen. Het minder goede nieuws: onbeperkt betekent niet onbelast, en er zitten een paar addertjes onder het gras die de meeste mensen vooraf niet kennen.
Je AOW wordt nooit gekort
Begin met het belangrijkste: de Sociale Verzekeringsbank verlaagt je AOW-uitkering niet, hoeveel je er ook bijverdient. Dat is wezenlijk anders dan bij een arbeidsongeschiktheidspensioen of een vroegpensioen, waar bijverdienen vaak rechtstreeks wordt afgetrokken van de uitkering. De AOW is opgebouwd op basis van je woonjaren in Nederland, niet op basis van je huidige inkomen, en blijft dus gewoon staan. Of je nu €200 of €2.000 per maand bijklust, je AOW-bedrag verandert niet. Dat principe staat ook beschreven op de site van de Rijksoverheid.
Je belastingdruk verandert wel
Hier wordt het interessanter. Zodra je de AOW-leeftijd hebt, betaal je geen AOW-premie meer over je inkomen in de eerste belastingschijf. Daardoor houd je over je loon of freelance-inkomsten per saldo meer over dan toen je jonger was en die premie nog wel afdroeg. Maar let op: je AOW, een eventueel pensioen en je bijverdiensten worden bij elkaar opgeteld voor de inkomstenbelasting. Hoe meer je bijverdient, hoe groter de kans dat een deel van dat extra inkomen in een hoger belastingtarief terechtkomt. Dit werkt net zo als bij bijverdienen naast een gewone baan: de fiscus kijkt naar je totale jaarinkomen, niet naar losse inkomstenstromen.
Krijg je inkomen van twee kanten, bijvoorbeeld AOW plus een freelance-opdracht, dan loont het de moeite om de loonheffingskorting bij maar één uitkeringsinstantie of opdrachtgever te laten toepassen. Doe je dat bij allebei, dan houd je in eerste instantie te weinig belasting in en krijg je achteraf een naheffing.
Toeslagen zijn het echte risico
Waar veel AOW'ers tegenaan lopen, is niet de belasting maar de toeslagen. Zorgtoeslag en huurtoeslag zijn inkomensafhankelijk: hoe hoger je totale inkomen, hoe lager die toeslagen worden, en boven een bepaalde grens vervallen ze helemaal. Een paar honderd euro per maand bijverdienen kan dus betekenen dat je een toeslag kwijtraakt die meer waard was dan wat je erbij verdiende. Reken dit altijd eerst door voordat je een vaste bijverdienste aangaat, zeker als je nu al zorgtoeslag of huurtoeslag ontvangt.
Stel dat je nu €120 zorgtoeslag per maand krijgt en je gaat structureel €300 per maand bijklussen. Dat extra inkomen kan je toeslag met tientallen euro's verlagen, en bij een hoger structureel bedrag verdwijnt de toeslag soms helemaal. Per saldo houd je dan nog steeds meer over dan zonder bijklussen, maar aanzienlijk minder dan de €300 die op je rekening lijkt te komen. Vraag bij twijfel een proefberekening op via Mijn Toeslagen, voordat je ergens je handtekening onder zet.
Partnertoeslag is de uitzondering op de regel
Heb je nog partnertoeslag, de oudere regeling voor wie al vóór 2015 AOW kreeg en een partner heeft die de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, dan ligt het anders. Bij deze toeslag wordt wel gekeken naar het inkomen uit werk van je jongere partner. Verdient die partner boven een bepaalde grens, dan wordt de partnertoeslag gekort of stopgezet. Heb je deze toeslag niet, dan is dit hele punt niet relevant voor jou, maar check het gerust bij de SVB als je twijfelt.
Zo kies je een vorm die bij je past
De praktische kant: hoe bouw je bijverdiensten op zonder dat het een administratieve rompslomp wordt? Platformwerk via apps zoals Uber of Temper is laagdrempelig en flexibel, al verandert daar de regelgeving binnenkort, dus check de actuele voorwaarden. Freelance opdrachten in je oude vakgebied werken vaak het prettigst: je kent het werk, je netwerk is er al, en je kunt zelf bepalen hoeveel uur je erin steekt. Een derde optie is een vaste kleine aanstelling, bijvoorbeeld een paar dagdelen per week bij een winkel of organisatie die blij is met ervaren personeel. Begin klein, kijk na een paar maanden wat het netto oplevert na belasting en eventueel gekorte toeslagen, en schaal pas op als dat beeld klopt.
Dit reken je het beste vooraf uit
Voordat je enthousiast een vaste bijverdienste aangaat, zet de cijfers op een rijtje: je AOW, je eventuele pensioen, je verwachte bijverdiensten, en de toeslagen die je nu ontvangt. Bereken wat er netto overblijft als de belastingdruk stijgt en toeslagen dalen. Vaak blijft er alsnog een ruim positief saldo over, zeker bij bedragen tot een paar honderd euro per maand. Maar bij grotere bijverdiensten kan het verschil tussen bruto en netto flink tegenvallen, en dan is het beter dat je dat van tevoren weet dan achteraf via een verrassende naheffing of een stopgezette toeslag.