Heb je een bijstandsuitkering en verdien je er iets bij, dan gold tot voor kort een streng regime: bijna elke euro die je zelf verdiende, werd van je uitkering afgetrokken. Sinds 1 januari 2026 is dat anders. De Participatiewet is aangepast en je mag nu een flink stuk meer van je bijverdiensten zelf houden. Hoog tijd om de nieuwe bedragen op een rij te zetten, want veel mensen weten nog niet dat de regels zijn veranderd.
Wat er per 1 januari 2026 veranderde
De wetswijziging heet Participatiewet in balans en moet werken lonender maken voor mensen met een uitkering. Het uitgangspunt: wie naast de bijstand gaat werken, moet daar ook echt iets aan overhouden. Voorheen werd bijverdienen namelijk vaak vrijwel volledig gekort, waardoor het voor veel mensen simpelweg niet de moeite waard was om een paar uur per week te gaan werken.
Vanaf dit jaar mag je 25 procent van je werkinkomen zelf houden, tot een maximum van €289 netto per maand. De rest wordt nog steeds verrekend met je uitkering, maar dat kwart extra maakt voor veel huishoudens echt verschil. Wil je meer weten over hoe je je financiën verder op orde krijgt? Lees ook ons artikel over slim besparen en bijverdienen in 2026.
Dit mag je nu overhouden
De maandelijkse vrijlatingsbedragen, het deel van je inkomen dat sowieso niet meetelt voor de uitkering, zijn ook omhoog gegaan:
- Alleenstaanden: van €100 naar €200 per maand
- Gezinnen met kinderen: tot €300 per maand
- Jongeren tot 27 jaar: 15 procent van hun maandsalaris telt niet meer mee voor de uitkering
Vooral die laatste regel is opvallend. Jongeren met een bijstandsuitkering hadden het altijd al zwaar om een eerste stap op de arbeidsmarkt te zetten zonder direct gekort te worden. Deze aanpassing moet dat drempel verlagen.
De nieuwe cadeauregel
Een tweede wijziging die weinig aandacht kreeg, maar in de praktijk veel uitmaakt: de cadeauregel. Kreeg je vroeger een verjaardagscadeau van je ouders of een bedrag van familie, dan moest je dat vaak melden bij de gemeente, met het risico dat het van je uitkering afging. Sinds dit jaar tellen giften tot €1.200 per jaar niet meer mee. Gemeenten gaan hierbij uit van vertrouwen in plaats van elke gift apart te controleren, wat voor veel mensen een last van de schouders neemt.
Een rekenvoorbeeld
Stel, je bent alleenstaand en verdient €400 per maand bij naast je uitkering. De eerste €200 valt onder de vrijlating en telt niet mee. Van de resterende €200 mag je 25 procent zelf houden, dat is €50, tot het maximum van €289 wordt bereikt. Per saldo houd je dan €250 van die €400 zelf, terwijl je vroeger vaak nauwelijks iets overhield. Check bij twijfel altijd je eigen situatie bij de gemeente, want de regels kunnen per gemeente iets verschillen in uitvoering.
En zonder uitkering: de gewone belastingvrije grens
Heb je geen uitkering en overweeg je gewoon een bijbaantje of freelance klus, dan gelden andere regels. Dankzij de heffingskortingen kun je in de praktijk tot ongeveer €8.700 per jaar bijverdienen zonder dat je daar per saldo belasting over betaalt. Dat is een heel ander speelveld dan de bijstandsregels hierboven, maar wel handig om te weten als je overweegt om je bijverdienste structureel uit te breiden. Twijfel je of bijverdienen voor jou financieel de moeite waard is? Lees ook waarom je spaargeld in 2026 stilletjes minder waard wordt, dat zet extra inkomen meteen in perspectief.
Wat er in 2027 nog bijkomt
De wetswijziging van dit jaar is niet het eindpunt. Vanaf 2027 krijgen gemeenten de ruimte om een bufferbudget van maximaal €1.000 per jaar toe te kennen aan mensen met een wisselend bijverdien-inkomen naast de uitkering, denk aan seizoenswerk of oproepdiensten. Dat moet voorkomen dat je de ene maand te veel verdient en de andere maand juist weer moet bijspringen bij de gemeente. Volgens de Rijksoverheid is dit onderdeel van een pakket van ruim twintig wijzigingen dat de komende jaren wordt ingevoerd.
Zo begin je zelf met bijverdienen naast je uitkering
Overweeg je om naast je uitkering te gaan bijverdienen? Meld dit altijd vooraf bij je gemeente, ook al ben je onder de vrijlatingsgrens aan het verdienen. Vraag ook expliciet naar de jongerenregeling als je onder de 27 bent, want niet elke gemeente communiceert dit even actief. En bewaar loonstroken en bonnetjes goed, zodat je bij twijfel makkelijk kunt aantonen wat je precies verdiend hebt. Op de website van de Rijksoverheid staat het volledige overzicht van alle wijzigingen per 1 januari. Wie een paar uur per week bijklust, houdt er dit jaar voor het eerst in jaren écht iets aan over. Reden genoeg om die stap nu te zetten in plaats van af te wachten.